Hoe ver reikt bestuurszelfstandigheid?

In het vennootschapsrecht is de hoofdregel: elk orgaan van een vennootschap heeft zijn eigen bevoegdheden. Bovendien mag de algemene vergadering van aandeelhouders de bij wet en statuten getrokken grenzen van haar bevoegdheden niet overschrijden.

Besturen is leiding geven en verantwoordelijkheid dragen. Het bestuur van de vennootschap bepaald binnen door de wet en statuten getrokken grenzen door middel van welke bedrijfsactiviteiten de doelstellingen van de vennootschap op de meest optimale wijze gerealiseerd kunnen worden. De directie van een vennootschap is verplicht zijn taak behoorlijk te vervullen. Daarbij is richtsnoer: het belang van de vennootschap. Dit “vennootschappelijk belang” is geen scherp omlijnd criterium. Bepaalde bestuursbesluiten kunnen statutair aan de goedkeuring van een vennootschapsorgaan worden onderworpen. Bovendien kan in de statuten worden bepaald dat het bestuur zich moet gedragen naar de aanwijzingen van de algemene vergadering van aandeelhouder betreffende “de algemene lijnen van het te voeren financiële, sociale, economische en personeelsbeleid”.

BestuurszelfstandigheidHet handelen van het bestuur dient voorts te voldoen aan de  elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap en dient er dan ook op toe te zien dat de verschillende betrokken belangen adequaat en met grote zorgvuldigheid worden behartigd. In dit verband is van belang dat de Hoge Raad in 2014 in een spraakmakend arrest (Inversiones/Cancun) uitdrukkelijk heeft beslist dat bestuurders zich bij de vervulling van hun taak moeten richten naar het belang van de vennootschap en dat het vennootschapsbelang niet vereenzelvigd mag worden met het belang van de aandeelhouders.


Wat houdt vennootschapsbelang in?

De aard en omvang van het vennootschapsbelang, hangt af van de concrete en specifieke omstandigheden van het geval. Indien aan de vennootschap een onderneming is verbonden, wordt het vennootschapsbelang in de regel vooral bepaald door het bevorderen van het bestendige succes van deze onderneming. Bij de vervulling van hun taak dienen bestuurders voorts zorgvuldigheid te betrachten met betrekking tot de belangen van al degenen die bij de vennootschap en haar onderneming zijn betrokken. Deze zorgvuldigheidsverplichting kan meebrengen dat bestuurders bij het dienen van het vennootschapsbelang ervoor zorgen dat daardoor de belangen van al degenen die bij de vennootschap of haar onderneming zijn betrokken niet onnodig of onevenredig worden geschaad. In geval van een joint venture-vennootschap wordt het belang van de vennootschap voorts bepaald door de aard en inhoud van de tussen de aandeelhouders overeengekomen samenwerking. De aard en inhoud van het samenwerkingsverband in een joint venture-vennootschap waarin de aandeelhouders een gelijkwaardig aandeel hebben, kunnen meebrengen dat (ook) het vennootschapsbelang is gebaat bij continuering van evenwichtige verhoudingen tussen de aandeelhouders; dit kan betekenen dat de verhoudingen tussen de aandeelhouders – in het geval van uitgifte van aandelen – niet zonder meer mogen veranderen dan en in het licht van de concrete en specifieke omstandigheden geboden is.

In de dagelijkse praktijk zullen het vennootschapsbelang en het belang van de aandeelhouders vaak parallel lopen en convergeren. Echter, er zijn situaties denkbaar dat deze belangen uiteenlopen of zelfs tegengesteld zijn. Dat de aandeelhouders op informele wijze het bestuur duidelijk kan maken welk beleid naar haar oordeel in het belang van de aandeelhouders noodzakelijk of wenselijk is, en dat dergelijke aanwijzingen zeker indien er sprake is van een gezonde en goede verstandshouding gezaghebbend zullen zijn, is evident. Bovendien valt te verwachten dat een verstandige directie de wensen van de aandeelhouders in haar besluitvorming zal betrekken en streven naar concensus.

Een vennootschap die door ervaren en ter zake deskundige professionals wordt bestuurd, zal in zijn algemeenheid op behoorlijke wijze bestuurd worden zonder dat daarvoor bindende – dus rechtens afdwingbare instructies – van de zijde van de aandeelhouders noodzakelijk of vereist zijn. De indirecte machtsmiddelen die aan de aandeelhouders ter beschikking staan met name schorsing en ontslag van dwarsliggende bestuurders zijn ruimschoots voldoende om te voorkomen dat aandeelhouders mogelijke vermogensschade zouden kunnen lijden door eigengereidheid van de directie van de vennootschap. Het bestuur van de vennootschap is in zoverre autonoom dat het op grond van zijn eigen verantwoordelijkheid zelfstandig dient te beoordelen of een door de aandeelhouders wenselijk geacht beleid, in overeenstemming is met de eisen van behoorlijk bestuur. Van deze autonomie kan de directie van de vennootschap geen afstand doen.

Maar wat als het belang van de vennootschap – op het moment dat de aandeelhouders van de directie verlangt dat zij ten nadele van de vennootschap voorrang geeft aan het aandeelhoudersbelang – in botsing komen met het belang van de aandeelhouders. De directie van de vennootschap zal daardoor voor een duivels dilemma komen te staan. Is het daarom gewenst dat in de statuten, respectievelijk de aandeelhoudersovereenkomst wordt vastgelegd dat bepaalde bestuursbesluiten alleen genomen kunnen worden na goedkeuring door een ander orgaan, bijvoorbeeld een gekwalificeerde meerderheid van de algemene vergadering?

Meer weten? Bel of stuur een e-mail!