WEL  OF  GEEN  BV?

Een algemeen geldend advies over wat aantrekkelijker is, een eenmanszaak of BV is niet eenvoudig te geven. De keuze voor een van beide rechtsvormen is sterk afhankelijk van de specifieke wensen van de desbetreffende ondernemer, het te verwachten bedrijfsresultaat en een aantal andere specifieke omstandigheden. In de dagelijkse praktijk blijkt dat er diverse redenen zijn om voor de BV-vorm te kiezen:

  1. het beperken van de civielrechtelijke aansprakelijkheid voor schulden van de onderneming;
  2. fiscaal zo optimaal mogelijk gebruik maken van het verschil in de belastingtarieven tussen IB-sfeer en VPB-sfeer;
  3. de externe professionele/commerciële uitstraling (status);
  4. de BV-vorm biedt meer mogelijkheden om een toekomstige samenwerking met derden op een fiscaal gunstige wijze te regelen;
  5. de BV-vorm biedt meer mogelijkheden om bedrijfsopvolging zo goed mogelijk voor te bereiden.

Andere factoren die mede bepalend voor de keuze zijn:

  1. de hoogte van het toekomstig bedrijfsresultaat en de fiscale nettowinst;
  2. de hoogte van de privé bestedingen van de DGA en het daarvoor benodigd brutosalaris;
  3. de wijze van financiering  van de onderneming;
  4. de kostenstructuur.

De eenmanszaak

Een ondernemer die per jaar minimaal 1.225 uren aan zijn bedrijf besteed heeft recht op de zelfstandigenaftrek die kan oplopen tot een bedrag van € 7.280. Een startende ondernemer heeft recht op de startersaftrek van € 2.123. Daarnaast heeft iedere ondernemer recht op de investeringsaftrek die 28% bedraagt van het bedrag (2018: maximaal € 56.642) besteed aan investeringen ten behoeve van het bedrijf. Tenslotte is er een MKB-vrijstelling die 14% bedraagt van de winst uit onderneming. Hoewel het hoogste IB-tarief 52% bedraagt  is het effectieve toptarief voor IB-ondernemers als gevolg van de MKB-winstvrijstelling van 14%, slechts 44,68% (51,95% x (100% -/- 14%).

Verder is van belang dat de Wet op de inkomstenbelasting diverse faciliteiten kent ingeval van beëindiging of verkoop van de eenmanszaak. Het wel of niet kunnen, respectievelijk willen benutten van deze faciliteiten kan derhalve tevens van belang zijn.

De BV-vorm

Doordat het tarief van de  vennootschapsbelasting (20% of 25%) substantieel lager is dan het effectieve toptarief van de inkomstenbelasting voor ondernemers (44,68%) lijkt de BV-vorm aantrekkelijker. Bij de BV wordt de jaarlijkse winst tot € 200.000 met 20% en daarboven met 25% vennootschapsbelasting belast. De inkomstenbelasting op door de BV uitgekeerde winst (AB-heffing) bedraagt 25%. De gecombineerde belastingheffing op door de BV uitgekeerde winsten bedraagt derhalve minimaal 40% (20% VPB + 25% IB over 80%) en maximaal 43,75% (25% VPB + 25% IB over 75%).

Fiscaal motief: belastingbesparing

Door de lagere vennootschapsbelastingta­rieven biedt de BV-vorm de mogelijkheid om tussen de 0,97% en 4,72% be­las­ting te besparen.

Voor een ondernemer met hoge winsten is het uitoefenen van zijn bedrijfsactiviteiten in de BV-vorm vanuit een fiscaal oogpunt dus aantrekkelijk. Echter, de vraag of in een concrete situatie een belastingbesparing gerealiseerd zal kunnen worden is afhankelijk van de hoogte van het netto besteedbaar inkomen dat de DGA nodig heeft voor zijn privé uitgaven en bestedingen. Immers, indien het bedrijfsresultaat van de BV volledig moet worden aangewend voor het brutosalaris van de DGA dan kan er niet in de BV worden gespaard. Verder kan van het tariefverschil alleen worden geprofiteerd indien de top het door de DGA uit de BV te ontvangen salaris niet tegen het hoogste IB-tarief van 52% moet worden belast. 

Het lagere vennootschapsbelastingtarief kan ook tot een extra liquiditeitsvoordeel en dus financieringsvoordeel leiden. Immers, de uiteindelijk verschuldigde AB-heffing van 25% over de in de BV opgepotte winsten hoeven pas op een later tijdstip (en wellicht in de verre toekomst gelegen) betaald dient te worden. Als gevolg van het verschil in de belastingtarieven blijven er in de BV extra liquiditeiten ter beschikking die dus een extra rendement kunnen opleveren, respectievelijk voor de financiering van de bedrijfsactiviteiten kunnen worden aangewend.

Civielrechtelijke aspecten

Het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten door middel van een BV is vanuit een civielrechtelijk oogpunt met name gericht op het beperken van de aansprakelijkheid in privé (dus risicobeperking). Immers, aandeelhouders zijn in principe slechts aanspra­kelijk tot het bedrag van hun deelname in het kapitaal van de BV. Daarbij moet echter worden bedacht dat de directeur en eigenaar van een BV, op grond van diverse antimisbruik bepalingen en recente ontwikkelingen in de rechtspraak, in steeds meer gevallen persoonlijk aansprakelijk gehouden kan worden voor schulden van de BV, onder andere indien er sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur of onrechtmatig handelen (daarbij is wel vereist dat de directeur een persoonlijk ernstig verwijt gemaakt kan worden).

Meer weten? Bel of  stuur een e-mail!