contractenrecht

PACTA  SUNT  SERVANDA, ofwel afspraken moeten worden gerespecteerd!

Het contracten- of overeenkomstenrecht betreft de tussen twee of meer partijen gemaakte afspraken en daarbij is hoofdregel: partijen moeten trouw blijven aan het door hen gegeven woord. Anders gezegd: contractpartijen moeten gemaakte afspraken respecteren en moeten gemaakte afspraken volledig en tijdig nakomen. Uit de praktijk blijkt dat contracterende partijen met enige regelmaat de gemaakte afspraken niet goed of duidelijk hebben vastgelegd waardoor achteraf discussie ontstaat over de uitleg (ofwel strekking en reikwijdte), respectievelijk de inhoud (ofwel de aard en omvang van de wederzijdse verplichtingen) van een contractsbepaling. Ook komt het vaak voor dat een contractspartij (consument of ondernemer) te maken krijgt met een wederpartij die een product verkoopt, maar dat het product niet voldoet aan de verwachtingen van de koper zodat er wellicht sprake is van non-conformiteit. Een ander regelmatig voorkomend geschil betreft de vraag of de door een opdrachtnemer/aannemer geleverde dienst  in overeenstemming is met de daarover gemaakte afspraken, ofwel is er sprake van toerekenbaar niet juist of niet volledig nakomen van gemaakte afspraken (kortweg: wanprestatie).

Uitleg

Voorop gesteld moet worden dat bij de uitleg van een overeenkomst niet alleen gekeken dient te worden naar de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen, maar ook naar die welke uit de aard van de overeenkomst, de wet, de gewoonte tussen partijen of de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien. Verder is bij de uitleg van een contract niet alleen de bewoordingen/bepalingen van belang. Op grond van de zogenoemde Haviltex-criteria is bij de uitleg van een overeenkomst mede van belang hetgeen de contracterende partijen gezien de concrete en specifieke omstandigheden van het geval over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij daaromtrent redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Kortom: de bedoeling van partijen is bepalend. In de praktijk is vaak wel van groot belang de taalkundige betekenis van de in de overeenkomst gebruikte bewoordingen in samenhang met de context van de overeenkomst, maar moeten bij de uitleg van een schriftelijk contract naast de taalkundige betekenis van de contractuele bepalingen nog diverse andere factoren in aanmerking te worden genomen. Of in een geval van uitleg, waarbij een scenario speelt waaraan de betrokken partijen bij het sluiten van het schriftelijke contract niet hebben gedacht, de taalkundige betekenis van de in het contract gebezigde bewoordingen in nog sterkere mate van groot belang is, valt in zijn algemeenheid niet te zeggen. Wel staat inmiddels onmiskenbaar vast dat de rechter bij de uitleg van een contractsbepaling uitsluitend de gerechtvaardigde verwachtingen van partijen over en weer mag beoordelen in het kader van wat partijen daadwerkelijk zijn overeengekomen. De rechter mag niet op zoek gaan naar wat partijen zouden hebben afgesproken als ze van alle feiten en omstandigheden op de hoogte zouden zijn geweest.

Non-conformiteit

In wet is bepaald dat een afgeleverde zaak aan de koopovereenkomst moet beantwoorden. Er is sprake van non-conformiteit als de geleverde zaak niet de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik nodig zijn, terwijl de koper op grond van de overeenkomst de aanwezigheid van die eigenschappen mocht verwachten. De koper kan in een procedure nakoming of ontbinding van de overeenkomst eisen. Wat de koper mocht verwachten is in de meeste gevallen afhankelijk van de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper daarover aan de koper heeft verstrekt. Uitgangspunt is dat een koper alleen die eigenschappen mag verwachten waarvan hij de aanwezigheid niet behoeft te twijfelen en dat hij in de regel mag afgaan op de juistheid van mededelingen van de verkoper. Een zaak kan voor normaal gebruik ongeschikt worden geacht hoe zeer ook de verkoper de non-conformiteit niet kende en niet behoefde te kennen. De verschoonbare onwetendheid van de verkoper kan relevant zijn voor de vraag of de schade die de koper als gevolg van de non-conformiteit van de verkoper kan worden toegerekend. Indien koper twijfelt of behoort te twijfelen dan behoort hij nadere vragen te stellen dan wel zelf onderzoek te verrichten. De koper heeft een onderzoeksplicht indien hij op grond van bijzondere omstandigheden bekend of op de hoogte was van een mogelijk gebrek .

LET OP!

Op de verkoper rust een mededelingsplicht indien hij weet of moet weten dat de zaak ongeschikt is voor normaal gebruik, dan wel bijzonder gebruik dat de koper voor ogen staat. De mededelingsplicht van de verkoper prevaleert boven de onderzoeksplicht van de koper.

Wanprestatie

In de wet is uitdrukkelijk bepaald dat iedere tekortkoming, gebrek en/of nalatigheid in de nakoming van een verbintenis de verkoper/leverancier verplicht de schade die de koper/afnemer daardoor lijdt te vergoeden, mits de tekortkoming de verkoper/leverancier kan worden toegerekend en hij in de gelegenheid is gesteld om de tekortkoming te herstellen. Pas als de verkoper/leverancier in verzuim is, kan hij aansprakelijk worden gesteld. Verzuim wil zeggen dat onmiskenbaar en zonder twijfel vast moet komen te staan dat de schuldenaar zijn verplichting (de afgesproken prestatie) niet na zal komen. Daarom is in de wet uitdrukkelijk bepaald dat een schuldenaar pas in verzuim is, als hij niet of niet volledig na daartoe schriftelijk te zijn aangemaand en in gebreke te zijn gesteld, binnen een redelijke termijn zijn verplichtingen alsnog nakomt. Kortom: de schuldenaar is pas in verzuim als nakoming binnen de gestelde termijn achterwege blijft. Anders gezegd: een schuldenaar kan zonder ingebrekestelling niet in verzuim zijn! Indien een professional (lees: ter zake deskundige) een dienst aan u verleent is van belang dat op de opdrachtnemer een wettelijke zorgplicht rust, zodat de opdrachtnemer in en bij de uitvoering van de afgesproken werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht moet nemen. De opdrachtnemer dient te handelen zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot te werk zou zijn gegaan. In de rechtspraak is uitgekristalliseerd wat “de zorg van een goed opdrachtnemer” betekent. Uit recente en constante jurisprudentie blijkt onmiskenbaar dat van een bekwame en deskundige opdrachtnemer (bv. een financieel adviseur) verwacht mag worden dat die op grond van de op haar/hem rustende zorgplicht, bij de uitvoering van een opdrachten van een cliënt, niet alleen de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen, maar tevens naar beste vermogens met de belangen van de cliënt rekening dient te houden. Uit de zorgplicht vloeit voort dat een bekwame en deskundige opdrachtnemer in zijn/haar dienstverlening de verplichting rust tot:

  1. het verstrekken van juiste inlichtingen. De door de opdrachtnemer aan cliënten verstrekte informatie moet volledig, correct, ondubbelzinnig en duidelijk zijn;
  2. het in acht nemen van zijn onderzoekverplichting. De opdrachtnemer is o.a. ook verplicht om ervoor te zorgen dat de cliënt de inhoud van de aan hem/haar verstrekte informatie begrijpt;
  3. het naleven van zijn waarschuwingsverplichting. De opdrachtnemer behoort zijn cliënten uitdrukkelijk, op indringende wijze en in niet mis te verstane bewoordingen te waarschuwen voor eventuele risico’s.

Kortom: uit de zorgplicht volgt dat een opdrachtnemer zijn/haar cliënt niet onnodig blootstelt aan voorzienbare en vermijdbare risico’s. Wilsgebreken Indien een consument van mening is dat een overeenkomst gesloten is, terwijl zijn wil daartoe (lees: beslissing/keuze) op gebrekkige wijze gevormd is, dan kan de overeenkomst wellicht vernietigd worden wegens dwaling, bedrog of misbruik van omstandigheden. Voor een beroep op dwaling is vereist dat er sprake is van een onjuiste voorstelling van zaken ten aanzien van eigenschappen of omstandigheden. De onjuiste voorstelling moet zo essentieel zijn, dat zonder deze onjuiste voorstelling de overeenkomst niet zou zijn gesloten, dan wel op andere voorwaarden gesloten zou zijn. Er moet dus een causaal verband zijn tussen de dwaling en het sluiten van de overeenkomst: indien er niet gedwaald was, zou de overeenkomst niet of onder andere voorwaarden tot stand zijn gekomen. Bovendien moet de dwaling zijn veroorzaakt door een mededeling van de wederpartij, het zwijgen van de wederpartij of wederzijdse dwaling. Bij een niet verwachte gebeurtenis, ofwel onvoorziene omstandigheden gaat het om omstandigheden die zijn ingetreden na het sluiten van een overeenkomst en waarmee partijen geen rekening hebben gehouden (anders gezegd: die partijen niet in hun overeenkomst hebben verdisconteerd.) Als die onvoorziene omstandigheden zich vervolgens voordoen kan de rechter worden verzocht om de overeenkomst te ontbinden.

Meer weten? Bel of stuur een e-mailbericht!