DIRECTEUR GROOT AANDEELHOUDER (DGA)

Op de DGA is een speciaal belastingregime van toepassing: de aanmerkelijkbelangheffing van Box 2.

Een ondernemer die zijn bedrijfsactiviteiten in de BV-vorm uitoefent en behalve directeur ook grootaandeelhouder is, wordt kortweg een DGA genoemd. Om als DGA te worden aangemerkt moet de ondernemer (eventueel met zijn/haar fiscale partner) ten minste 5% of meer van het nominaal gestorte kapitaal van de BV bezitten. Dit bezit wordt een aanmerkelijk belang genoemd waarop een speciaal belastingregime, namelijk de aanmerkelijkbelangheffing van toepassing is. De aanmerkelijkbelangregeling heeft als doel om aandeelhouders die vanwege de omvang van hun aandelenbezit een beslissende invloed op de dividendpolitiek van de BV kunnen uitoefenen bij verkoop van AB-aandelen te belasten over die opgepotte winsten. Op grond van de aanmerkelijkbelangregeling wordt dat deel van de verkoopwinst, dat in wezen een vergoeding vormt voor de in de BV opgepotte en dus niet uitgekeerde winsten alsnog met inkomstenbelasting belast.

Als u aan de AB-bepalingen voldoet, krijgt u te maken met de fiscale regelgeving die op de DGA van toepassing is zoals:

  1. de salariseisen (gebruikelijk-loonregeling) in box 1;
  2. de ter-beschikkingsregeling (TBS-regeling) in box 1;
  3. dividendopbrengsten uit de BV zijn belast in box 2 (25%);
  4. verkoopwinsten op de aandelen van de BV zijn belast in box 2 (25%).

Wat is de ratio van de aanmerkelijk-belangheffing (Box 2 – 25%)

De reden dat deze speciale belastingregime werd ingevoerd heeft te maken met de omstandigheid dat een aandeelhouder-natuurlijk persoon door de omvang van zijn/haar aandelenbezit een beslissende invloed op de dividendpolitiek van de BV kan uitoefenen en op grond van zijn zeggenschap De rechtspositie van de DGAkan besluiten alle winsten in de BV te blijven reserveren en geen dividenden uit te keren, zodat door het oppotten van winsten er geen dividend-inkomen in privé wordt genoten. Als gevolg van het oppotten van de bedrijfswinsten zal de waarde van de aandelen van de BV toenemen welke vervolgens bij verkoop in de verkoopprijs verdisconteerd zal zijn. De koper/overnemer zal dus een vergoeding/compensatie moeten betalen voor de in de BV opgepotte winsten. Op deze wijze kunnen in de BV opgepotte winsten als verkoopwinst ten goede komen aan de verkopende aandeelhouder. Anders gezegd: bij verkoop van de aandelen zal de DGA tevens een vergoeding ontvangen die in wezen een compensatie vormt voor de in de BV opgepotte en gereserveerde winsten. Zonder de AB-heffing zouden de in de BV opgepotte winsten die bij verkoop van de aandelen getransformeerd worden in verkoopwinst en dus belastingvrij (zonder heffing van inkomstenbelasting) gerealiseerd kunnen worden.
Het effectieve AB- tarief bedraagt overigens slechts 20% (namelijk 25% x 80 [100 -/- 20]).

Belastingbesparing

De BV-vorm biedt door de lage vennootschapsbelastingtarieven (20% en 25%) in potentie de mogelijkheid tot het besparen van belastingen, omdat het hoogste effectieve IB-tarief voor een ondernemer 44,72% bedraagt. De vraag of in een concrete situatie belastingbesparing gerealiseerd zou kunnen worden is sterk afhankelijk van het netto besteedbaar inkomen dat de DGA nodig heeft voor zijn privé uitgaven en bestedingen. Immers, het netto benodigd besteedbaar inkomen zal moeten worden herleid tot het door de BV te betalen bruto-inkomen. Pas indien het bedrijfsresultaat na aftrek van het bruto-inkomen zodanig is dat er een substantieel bedrag gespaard zal kunnen worden in de BV, geniet het de voorkeur om de bedrijfsactiviteiten in de BV-vorm uit te oefenen. Anders gezegd: de winst van de BV moet niet volledig nodig zijn voor het betalen van het brutosalaris van de DGA.

Gebruikelijk loon

Vanuit een fiscaal oogpunt is uitgangspunt dat een DGA met zijn/haar BV op een zakelijke basis dient te handelen. Omdat de DGA zelf zijn arbeidsvoorwaarden en dus de hoogte van zijn salaris mag vaststellen is met betrekking tot de door de DGA te genieten salaris in de wet uitdrukkelijk bepaald dat het loon van een DGA niet in belangrijke mate mag afwijken van het ‘gebruikelijk loon’ dat zou zijn genoten indien de betreffende DGA geen aandeelhouder zou zijn geweest. De gebruikelijk-loonregeling is van toepassing op de DGA (dus een aandeelhouder die een aanmerkelijk belang heeft in de BV [minstens vijf procent van de aandelen bezit]).
De DGA dient op grond van de gebruikelijk-loonregeling een salaris te verdienen gelijk aan het salaris dat een belastingplichtige “met de meest vergelijkbare werkzaamheden” verdient. Het idee achter deze methode is dat een DGA zichzelf een loon dient uit te betalen dat overeenkomt met het loon dat iemand die in een maatschappelijk vergelijkbare positie verkeert(ook qua branchesector en regio), zou verdienen met de desbetreffende werkzaamheden, maar die geen aanmerkelijk belang heeft in een BV, zodat bij hem geen fiscale prikkel bestaat om een te laag loon te genieten.

Terbeschikkingsregeling

Indien de DGA bepaalde vermogensbestanddelen aan de BV ter beschikking stelt, dan zou op de desbetreffende transactie weleens de ter beschikkingsregelingen van Box 1 van toepassing kunnen zijn, waardoor de op fictieve wijze vast te stellen opbrengsten in Box 1 (tegen de progressieve tarieven) worden belast.

Meer weten? Bel ons of mail ons!