Dubbele rechtsbetrekking | Managementovereenkomst

Tussen een houdstermaatschappij en de werkmaatschappij is sprake van een dubbele rechtsverhouding. Enerzijds is de houdstermaatschappij als statutair bestuurder belast met het voeren van de directie, anderzijds is de houdstermaatschappij indien zij professionele werkzaamheden ten behoeve van de werkmaatschappij verricht opdrachtnemer.

ManagementovereenkomstDe Holding is als statutair bestuurder van de Werk-BV belast met het voeren van de directie en in die functie belast met het zorg dragen voor de nakoming van alle administratieve verplichtingen van de Werk-BV, waaronder onder meer: registratie in het Handelsregister, melding van de Werk-BV bij de fiscale, gemeentelijke en andere overheids- en sociale verzekeringsinstanties. In de meeste situaties is door de Holding ook de administratie/boekhouding van de Werk-BV ingericht. Bovendien is de holding verantwoordelijk voor een zorgvuldige, juiste en volledige administratie met jaarlijkse afsluitingen van alle door de Werk-BV aangegane verplichtingen.

Onze juristen hebben in de praktijk regelmatig geconstateerd dat de opdrachtovereenkomst ter zake de te verrichten professionele werkzaamheden in de praktijk vaak ook/tevens ten onrechte “managementovereenkomst” wordt genoemd. Met het oog op de continuïteit van de werkmaatschappij, het afleggen van verantwoording en het voorkomen van conflicten verdient het naar mijn mening dan ook de voorkeur om de taken die op grond van voormelde functies verricht dienen te worden uitdrukkelijk van elkaar gescheiden te houden en daarvoor afzonderlijke overeenkomsten af te sluiten(waarin de uit te voeren taken ook nader worden benoemd en gespecificeerd).

Aanbeveling

Kantoor Juridisch Raadsman stelt zich op het standpunt dat het verstandig en zinvol is om in geval van een holdingstructuur een separate beheersovereenkomst betreffende de vergoeding als statutair bestuurder en een separate overeenkomst van opdracht ter zake de te verlenen diensten en uit te voeren werkzaamheden af te sluiten. De reden hiervoor is dat het Gerechtshof te Amsterdam in een arrest van 12 november 2013 (ECLI:NL:GHAMS:2013:3960) uitdrukkelijk heeft beslist dat het einde van de vennootschappelijke betrekking niet tevens het einde van de managementovereenkomst (met een vennootschap) impliceerde. Voormeld oordeel hing echter niet zozeer samen met een restrictieve uitleg van eerdere rechtspraak (de 15 april-arresten), maar met de specifieke omstandigheden van het geval. In de overeenkomst van opdracht dient derhalve te worden bepaald dat ieder defungeren (vrijwillig of onvrijwillig) als bestuurder van de vennootschap tevens van rechtswege beëindiging van de overeenkomst van opdracht tot gevolg heeft.

Meer weten? Bel of stuur een e-mail!