Rechtsvormkeuze ondernemers

Als u overweegt bedrijfsactiviteiten op te starten is de eerste vraag welke rechtsvorm het beste bij uw omstandigheden en verwachtingen past. Verdient een eenmanszaak de voorkeur of is een BV (besloten vennootschap) een betere keuze. Het antwoord op de vraag wanneer het aantrekkelijk is om de onderneming als eenmanszaak of in de BV-vorm op te starten is niet eenvoudig te geven, omdat de keuze afhangt van diverse factoren zoals de omvang van de te verwachten bedrijfswinst en in geval van een BV de hoogte van het aan de directeur/ondernemer te betalen brutosalaris.Rechtsvormkeuze

Om van de voor een eenmanszaak geldende fiscale faciliteiten gebruik te kunnen maken dient allereerst te worden beoordeeld of de aard en omvang van de te ontplooien activiteiten in fiscale zin als een onderneming aangemerkt kunnen worden. Vanuit een fiscale optiek is daartoe vereist dat er sprake is van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid die erop gericht is om door deelname aan het economische verkeer winst te behalen. Anders gezegd: is er een objectieve winstverwachting?  Kortom: er dient een organisatie aanwezig te zijn die voldoende duurzaam is en qua structuur (zowel wat betreft personeel als technische middelen) een zekere bestendigheid vertoont. Daarvoor zijn in het algemeen bepalend de omvang en duur van de bedrijfsactiviteiten, de opbrengsten daaruit en de investeringen en kosten. Het beginsel van fiscale neutraliteit brengt met zich dat opbrengsten uit illegale activiteiten in beginsel op reguliere wijze in de inkomstenbelasting worden betrokken.

Fiscaal voordeel

In de praktijk blijkt dat naast het beperken van de civielrechtelijke aansprakelijkheid een belangrijk motief om de bedrijfsactiviteiten in de BV-vorm uit te oefenen gelegen is in het te behalen fiscaal en liquiditeitsvoordeel, omdat het tarief van de vennootschapsbelasting (20% of 25%) substantieel lager is dan het voor een ondernemer geldende effectieve toptarief van de inkomstenbelasting (44,72%). De BV-vorm lijkt hierdoor een stuk aantrekkelijker, maar daar staat tegenover dat de Wet IB 2001 speciale ondernemersfaciliteiten (onder andere ondernemersaftrek, startersaftrek en MKB vrijstelling) kent. Bij de berekening van een eventueel fiscaal voordeel dient daarom rekening te worden gehouden met het feit dat door de MKB-winstvrijstelling van 14% (die in aftrek mag worden gebracht op de winst na toepassing van de ondernemersaftrek) het effectieve toptarief in de inkomstenbelasting voor ondernemers slechts 44,72% (52% x [100% -/- 14%]) bedraagt.

Voor een ondernemer met vrij hoge winsten kan het uitoefenen van zijn onderneming in de BV-vorm fiscaal aantrekkelijk zijn omdat de BV-vorm door de beduidend lagere vennootschapsbelastingtarieven de mogelijkheid biedt om maximaal 4,72% (44,72% minus 40%) aan belasting te besparen. Bij de BV wordt de jaarlijkse winst tot € 200.000 met 20% vennootschapsbelasting belast. Bedraagt de winst meer dan € 200.000 dan is het tarief 25%. De inkomstenbelasting op door de BV uitgekeerde winst (AB-heffing) bedraagt 25%. De gecombineerde belastingheffing op door de BV uitgekeerde winsten bedraagt derhalve minimaal 40% (20% VPB + 25% IB over 80%) en maximaal 43,75% (25% VPB + 25% IB over 75%). Door de lagere vennootschapsbelastingtarieven biedt de BV-vorm de mogelijkheid om tussen de 0,97% en 4,72% belasting te besparen.

Of door uitoefening van een onderneming in de BV-vorm een fiscaal voordeel in de vorm van belastingbesparing te realiseren valt is afhankelijk van de hoogte van de verwacht bedrijfswinst en het netto-inkomen dat de ondernemer nodig heeft voor zijn privé bestedingen. Immers, een fiscaal en financieel voordeel kan alleen worden gerealiseerd als er gespaard kan worden in de BV. Anders gezegd: indien de DGA vanwege de hoogte van zijn privé bestedingen behoefte heeft aan een hoog brutosalaris, zal als gevolg daarvan het bedrijfsresultaat van de BV laag zijn zodat er niet gespaard zal kunnen worden in de BV.

Het moge duidelijk zijn dat de fiscale regelgeving, in samenhang met de verwachtingen ten aanzien van de winstgevendheid van de ondernemer en zijn/haar privé financiële positie/wensen vormen de belangrijkste keuzebepalende factoren voor de keuze van de rechtsvorm.

Meestal wordt de ondernemer geadviseerd om de aandelen van de werkmaatschappij te houden middels een zogenaamde persoonlijke houdster- of beheermaatschappij. De reden om boven de werk-BV een persoonlijke houdstermaatschappij (de zogenoemde Holding) te plaatsen, is gelegen in het feit dat zowel vanuit een fiscaal perspectief als vanuit een praktische oogpunt (grote mate van flexibiliteit) deze structuur de meest optimale is. De aandeelhouder van een houdstermaatschappij geniet optimale bewegingsvrijheid en deze flexibele structuur biedt in geval van eventuele participatie of overname door derden (wellicht in de verre toekomst) aanzienlijke fiscale voordelen.

Meer weten? Bel of stuur een e-mail!