Omzetten eenmanszaak in een BV.

De meeste ondernemers starten hun bedrijfsactiviteiten in een eenmanszaak of tezamen met een partner in een vennootschap onder firma (VOF). Bij hoge bedrijfswinsten wordt het op een bepaald moment aantrekkelijk om de onderneming voort te zetten in de BV-vorm. Naast beperking van de aansprakelijkheid biedt de BV de mogelijkheid om in het geval van een hoge bedrijfswinst belasting te besparen als gevolg van het verschil tussen de belastingtarieven in de IB-sfeer en VPB-sfeer.

De ondernemer die zijn eenmanszaak in een BV wil omzetten (ofwel de rechtsvorm waarin hij/zij de bedrijfsactiviteiten uitoefent wil wijzigen) kan dat op twee manieren doen:

i.   door middel van een activa- en passivatransactie;

ii.   door inbreng van de onderneming (ruisend of geruisloos).

Het omzetten van de eenmanszaak in de BV-vorm impliceert beëindiging en staking van de eenmanszaak, zodat over de meerwaarde (stille reserves en goodwill) fiscaal afgerekend moet worden, ofwel de stakingswinst is met inkomstenbelasting belast.

Activa- en passivatransactie

Deze meest eenvoudige en relatief goedkoopste wijze van overgang van een onderneming is de activa- en passivatransactie. In geval van een activa- en passivatransactie worden de bezittingen en schulden op basis van een obligatoire overeenkomst (meestal een overnamecontract) overgedragen. Bij een activa- en passivatransactie worden losse bezittingen (activa) en (eventueel) schulden (passiva) overgedragen.

Kenmerkend voor een activa- en passivatransactie is dat de verkoper/overdrager en de koper/overnemer in het overnamecontract zelf bepalen welke bezittingen en schulden verkocht/gekocht zullen worden en welke bezittingen en schulden achterblijven bij de verkoper/overdrager. Dit impliceert dat niet alle activa en passiva hoeven te worden verkocht.

Van eenmanszaak naar BV Bij een activa- en passivatransactie is van essentieel belang dat partijen in het overnamecontract de bezittingen en schulden die verkocht en overgedragen zullen worden zo exact mogelijk (dus juist en volledig) omschrijven. Vervolgens dient elke zaak afzonderlijk en op de juridisch voorgeschreven manier te worden overgedragen (de juridische levering). Zo moeten partijen voor de overdracht van onroerende zaken naar de notaris voor het laten opstellen van een notariële akte, waarna de akte kan worden ingeschreven in de daartoe bestemde openbare registers. De overdracht van vorderingen op naam (debiteuren) vereist een zogeheten akte van cessie. Schulden kunnen niet overgedragen worden zonder toestemming van de schuldeisers.

Een ander belangrijkste voordeel van de activa- en passivatransactie is gelegen in het feit dat de betrokkenheid van de notaris beperkt kan blijven en de kosten dus ook binnen de perken blijven. Immers, er hoeven geen ingewikkelde inbrengakten en inbrengbeschrijvingen te worden opgesteld omdat partijen in principe het overnamecontract zelf kunnen opstellen.

Indien een onderneming wordt beëindigd (staking), moet met de fiscus worden afgerekend over de zogenaamde stakingswinst. De stakingswinst wordt gevormd door het verschil tussen de werkelijke waarde van de onderneming en de fiscale boekwaarde. Stakingswinst moet worden onderscheiden van de ‘gewone’ winst die tot het moment van de overdracht met de normale exploitatie behaald wordt. De stakingswinst kan bestaan uit:

i.  stille reserves (waardestijging pand of machines);
ii.  fiscale reserves (oudedagsreserve, herinvesteringsreserve, egalisatiereserve);
iii. zakelijke goodwill (prijs die hoger is dan de waarde van de bezittingen).

Deze stakingswinst wordt belast in het jaar van staking. Ook over eventuele fiscale reserves en een eventuele desinvesteringsbijtelling moet belasting worden betaald. Naast de stille reserves en goodwill zal ook een eventueel opgebouwde fiscale oudedagsreserve (FOR) vrijvallen. Bij beëindiging van de eenmanszaak zal derhalve ook over de opgebouwde FOR alsnog belasting betaald moeten worden.

Van deze stakingswinst kan wel een bedrag van € 3.630 onbelast worden genoten en kan met gebruik van de MKB-winstvrijstelling een deel van de winst onbelast worden ontvangen. Het meerdere wordt belast in Box I tegen het progressieve tarief. Er bestaat echter een mogelijkheid om directe fiscale heffing te voorkomen door gebruik te maken van de lijfrentepremieaftrek. In het jaar waarin een onderneming wordt gestaakt, kan de maximale lijfrentepremieaftrek namelijk aanzienlijk worden verhoogd.

In de dagelijkse praktijk wordt als er géén sprake is van stille reserves en goodwill de activa- en passivatransactie aanbevolen.

Ruisende inbreng

De ruisende inbreng van de onderneming in de BV-vorm is in hoofdlijnen te vergelijken met een activa- en passivatransactie. Net als bij een activa- en passivatransactie wordt bij ruisende inbreng van de eenmanszaak in de BV-vorm de eenmanszaak fiscaal geacht te zijn gestaakt en dient derhalve inkomstenbelasting te worden betaald over de stakingswinst. Het grote verschil en voordeel is gelegen in het feit dat de ruisende inbreng met terugwerkende kracht van maximaal 3 maanden gerealiseerd kan worden.

Bij ruisende inbreng hoeft de werkelijke waarde van de eenmanszaak niet gelijk te zijn aan de waarde zoals die op de balans vermeld staat. Zowel de activa (bedrijfsmiddelen, inventaris en voorraad), als de passiva (schulden) zullen individueel bekeken moeten worden en op de werkelijke waarde gesteld worden. Indien de werkelijke waarde hoger is dan de boekwaarde ontstaat er een stille reserve. Verder zal ook de aan de onderneming verbonden zakelijke goodwill bepaald moeten worden. Goodwill kan het beste worden omschreven als de capaciteit van een onderneming om een bovengemiddeld rendement (ofwel “overwinst”) te behalen, dat wil zeggen de winst verminderd met een redelijke arbeidsbeloning ten behoeve van de ondernemer. In de dagelijkse praktijk wordt goodwill ook wel gelijk gesteld met het bedrag dat een potentiële en onafhankelijke koper bereid zou zijn te betalen als hij de onderneming zou overnemen. Aangezien bij de omzetting in een BV geen daadwerkelijke koper aanwezig is, zal het bepalen van de goodwill door de ondernemer zelf moeten gebeuren. De door de ondernemer vastgestelde waarde kan tot een discussie met de belastingdienst leiden omdat een lagere waarde een lagere stakingswinst impliceert en dus minder belasting opbrengt.

Een IB-ondernemer kan bij ruisende omzetting van een eenmanszaak gebruikmaken van een aantal stakingsfaciliteiten. Zo kan de ondernemer gebruik maken van de stakingsaftrek ten bedrage van € 3.630 en wellicht de stakingslijfrenteaftrek. De lijfrente kan worden bedongen bij de eigen nieuwe BV. De BV kan onder bepaalde voorwaarden de verschuldigde lijfrentepremies in eigen beheer beleggen.

Op de balans van de BV, zal na het afwikkelen van de staking van de eenmanszaak, de activa vermeld staan tegen de hogere werkelijke waarde. Het voordeel hiervan is dat de BV vervolgens over deze hogere werkelijke waarden kan afschrijven (dus verlaging van het belastbaar bedrag).
Een ruisende inbreng is complexer dan de voortzetting zonder inbreng en brengt de volgende extra kosten met zich mee:

  1. kosten voor de notaris die belast zal zijn met het opstellen van de akte van oprichting en de akte van inbreng;
  2. kosten voor de administrateur/accountant. De administrateur/accountant zal als ter zake meest deskundige belast worden met het opstellen van de inbrengbalans, alsmede een toelichting op de in de eenmanszaak gehanteerde waarderingsgrondslagen.

De ruisende inbreng heeft als nadeel dat de ondernemer inkomstenbelasting moet betalen terwijl hij/zij in de meeste gevallen niet over de liquide middelen zal beschikken om de over de stille reserves en goodwill verschuldigde belasting te kunnen betalen. Om te voorkomen dat de inbreng in een onderneming door fiscale regels te veel wordt belemmerd, is de mogelijkheid om de eenmanszaak geruisloos om te zetten in een BV ingevoerd.

Geruisloze inbreng

Omdat er bij omzetting van een eenmanszaak naar een BV geen daadwerkelijke verkoop en dus geen daadwerkelijke staking zal plaatsvinden, zou het logisch zijn om de onderneming tegen dezelfde waarde voort te zetten. Dit kan door middel van de geruisloze omzetting. De onderneming wordt bij een geruisloze inbreng fiscaal niet geacht te zijn gestaakt, zodat de bezittingen en schulden tegen boekwaarde in de BV worden ingebracht. Dat impliceert dat over stille reserves en goodwill niet afgerekend hoeft te worden. Wel zal de BV voor het bepalen van de winst fiscaal de plaats moeten innemen van de ingebrachte onderneming. Dat betekent dat de BV de boekwaarden moet aanhouden die voorkwamen op de eindbalans van de eenmanszaak.

De doorschuifregeling is in het leven geroepen om de continuïteit van ondernemingen te bevorderen. Een tussentijdse afrekening zou de groei van een onderneming kunnen belemmeren, doordat het wellicht een (te) zwaar beslag legt op de liquide middelen en het werkkapitaal.

De fiscale claim gaat als gevolg van de omzetting van de eenmanszaak in de BV-vorm van box 1 over naar box 2. Deze aanmerkelijkbelangclaim wordt veilig gesteld doordat de verkrijgingsprijs van de aandelen voor de DGA lager is dan bij de ruisende variant, doordat het aandelenkapitaal (lees: de te plaatsten en vol te storten aandelen) gelijk is aan het kapitaal/eigen vermogen van de inbrengende ondernemer.

Geruisloze omzetting kan alleen onder de voorwaarde dat de onderneming de aandelen gedurende drie (3) jaar na de geruisloze omzetting niet zal vervreemden. Bovendien dient de gehele onderneming te worden ingebracht. Wil je gebruik maken van een geruisloze inbreng met terugwerkende kracht tot 1 januari? Dan moet je voor 1 oktober van het lopende jaar een verzoek hebben ingediend bij de Belastingdienst. De notariële inbreng en oprichting van de BV dien  uiterlijk 15 maanden na 1 januari van het jaar van de omzetting te worden afgerond.

Verzoek
De ondernemer moet tijdig een verzoek om toepassing van de geruisloze omzetting schriftelijk indienen bij de bevoegde Inspecteur. De standaardvoorwaarden waaronder de geruisloze inbreng wordt toegestaan, zijn opgenomen in het Besluit van 30 juni 2010 (nr. DGB 2010/3599M). Als de inspecteur het verzoek inwilligt, zal hij dat doen bij een voor bezwaar vatbare beschikking, waarbij de voorwaarden waaraan de BV moet voldoen, kenbaar worden gemaakt.

STANDAARDVOORWAARDEN
De standaardvoorwaarden houden globaal het volgende in:

  1. de aandeelhouder (de voormalige ondernemer) mag de aandelen in de BV niet binnen drie jaar na de geruisloze inbreng vervreemden. Er zijn bepaalde uitzonderingen op dit verbod, bijvoorbeeld bij een aandelenfusie. Daarnaast is er een mogelijkheid tot tegenbewijs;
  2. de BV zal voor wat betreft de wijze van fiscale winstberekening zo veel mogelijk dezelfde grondslagen hanteren als die van de ingebrachte IB-onderneming. De BV zal daarom de oude fiscale boekwaarden van de eenmanszaak overnemen;
  3. als de onderneming wordt ingebracht in een bestaande BV, moet bij achterwaartse verliesverrekening een winstsplitsing plaatsvinden, zodat voorkomen wordt dat bij de verliesverrekening de samenvoeging van de beide ondernemingen materieel terugwerkende kracht heeft;
  4. beperkte creditering: de inbrengende ondernemer mag alleen gecrediteerd worden voor de  inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen die vóór het overgangstijdstip materieel verschuldigd waren. Deze creditering mag worden verhoogd met een afrondingscreditering van 5% van het gestorte kapitaal op de aandelen, met een maximum van € 25.000;
  5. de ondernemer moet in beginsel bij de oprichting van de BV voor 100% in het geplaatste en gestorte kapitaal deelnemen;
  6. de aandeelhouder (de inbrenger en voormalige ondernemer) stelt de verkrijgingsprijs van zijn aanmerkelijkbelangaandelen op de som van de fiscale boekwaarden van de ingebrachte vermogensbestanddelen. Met deze voorwaarde en het verplicht werken met oude boekwaarden door de BV wisselt de fiscus een IB-claim over Box 1 in voor een combinatie van een Vpb-claim en een IB-claim over Box 2-inkomsten;
  7. de deelnemingsvrijstelling is in beginsel niet toe te passen op positieve voordelen uit een deelneming tot het bedrag waarmee op het overgangstijdstip de waarde in het economische verkeer van die deelneming de boekwaarde overtrof. Onder bepaalde omstandigheden wordt de BV geacht voordelen uit een deelneming te hebben genoten, bijvoorbeeld bij de vervreemding van een deelneming;
  8. de intentieverklaring dat de eenmanszaak geruisloos in een BV zal worden ingebracht dient binnen negen maanden te worden geregistreerd en de oprichting van de BV en de inbreng van de onderneming vinden plaats binnen vijftien maanden na het overgangstijdstip;
  9. de BV dient zich schriftelijk akkoord te verklaren met de gestelde voorwaarden en beperkingen.