Het belangrijkste motief om een onderneming in een BV uit te oefenen, is het eventueel te behalen fiscaal voordeel. Door het lage VPB-tarief van 20%, zou wellicht een financieel voordeel gerealiseerd kunnen worden.

LET OP!  De eenmanszaak is door de MKB-vrijstelling van 14% in de meeste gevallen vanuit een fiscaal oogpunt echter aantrekkelijker dan de BV-vorm!

Een algemeen geldend advies over wat aantrekkelijker is, een eenmanszaak of BV, is niet zonder meer te geven. De reden hiervoor is dat het antwoord op de vraag of de bedrijfsactiviteiten als eenmanszaak of in de BV-vorm (keuze rechtsvorm) afhankelijk is van diverse factoren. Uit de praktijk blijkt dat sinds de invoering van de MKB-vrijstelling van 14% het beperken van de civielrechtelijke aansprakelijkheid de voornaamste reden is om een onderneming in de BV-vorm uit te oefenen. Het belangrijkste financieel voordeel van uitoefening van de onderneming in een BV betreft het ver­schil in belastingtarieven:

  1. inkomstenbelasting oplopend tot 44,51 (86% x 51,75%);
  2. vennoot­schapsbelasting bij winsten tot € 200.000,– 20%
  3. dividend belast tegen 25% AB-heffing in box 3;
  4. de moge­lijkheid om maximaal 4,51% (44,51% minus 40%) aan be­las­ting te besparen;

Voorwaarde: sparen in de BV

De vraag of de hiervoor vermelde voordelen gerealiseerd kunnen worden, is in hoge mate afhankelijk van:

a. het benodigd netto besteedbaar inkomen van de ondernemer;

b. corresponderende bruto last voor de BV.

Het realiseren van een nettoresultaat is niet mogelijk indien (nage­noeg) de gehele bedrijfswinst nodig is voor het brutosalaris van haar directeur. Alsdan wordt de gehele bedrijfswinst, ondanks de BV-vorm toch pro­gres­sief belast wordt, zij het in de vorm van inkomsten uit arbeid (salaris).

Daar staat echter tegenover dat de Wet inkomstenbelasting 2001 speciale ondernemersfaciliteiten (onder andere ondernemersaftrek, startersaftrek en MKB vrijstelling) kent. Andere overwegingen zijn: de professionele uitstraling (status) naar derden, de wijze van financiering van de onderneming alsmede de kostenstructuur. Bovendien biedt de BV-vorm meer mogelijkheden om een samenwerking met derden in derden op een fiscaal gunstige wijze te regelen. Of de keuze voor de BV-vorm vanuit een fiscaal oogpunt de voorkeur verdient is verder sterk afhankelijk van de winstverwachtingen (het toekomstig bedrijfsresultaat) en het aan de ondernemer te betalen brutosalaris, waarvan de hoogte weer bepaald wordt door de omvang van de privé bestedingen/uitgaven. Bovendien is sparen in de BV de “conditio sine qua non” om van de tariefverschillen te kunnen profiteren. Als de volledige bedrijfswinst noodzakelijk is voor het brutosalaris van de DGA, dan is omzetting zinloos. Het effectieve toptarief van de IB-ondernemer is 44,51% (86% x 51,75%). De gecombineerde belastingheffing op door de BV uitgekeerde winsten bedraagt minimaal 40% (20% VPB + 25% IB over 80%) en maximaal 43,75% (25% VPB + 25% IB over 75%). Door de lagere vennootschapsbelastingta­rieven biedt de BV-vorm de moge­lijkheid om tussen de 0,76% en 4,51% effectief aan be­las­ting te besparen. Het belangrijkste voordeel is echter dat de betaling van de AB-heffing naar de toekomst kan worden verschoven.

Indien voor het antwoord op de vraag of het omzetten van een eenmanszaak in een BV alleen het fiscaal en financieel motief van belang is, dan kan als uitgangspunt een DGA salaris ten bedrage van € 45.000 (het gebruikelijk loon) of een bedrag van € 68.507 (het totaal van de eerste 3 schijven van de inkomstenbelasting) worden gehanteerd. De reden voor dit uitgangspunt is gelegen in het feit dat door de MKB-vrijstelling van 14% het tarief van eerste 3 schijven van de inkomstenbelasting substantieel wordt verlaagd en het effectief gemiddeld tarief dus ook een stuk lager ligt dan de gecombineerde VPB en AB-heffing. Bovendien veronderstel ik dat bij hoge winsten de DGA een hoger salaris dan het gebruikelijk loon zal willen genieten teneinde “ruimer”  te kunnen leven.

De 2 meest voor de hand liggende scenario’s zijn:

  1. bij een DGA brutosalaris van € 45.000 is de omzetting in de BV-vorm vanuit een fiscaal perspectief pas aantrekkelijk bij een ondernemingswinst van meer dan € 160.625;

  1. bij een DGA brutosalaris van € 68.507 is de omzetting in de BV-vorm vanuit een fiscaal perspectief pas aantrekkelijk bij een ondernemingswinst van meer dan € 217.200.